Gebrek aan bewijs

[dropcap]We[/dropcap] zijn veel mensen vergeten, maar aan Rosa en Winston denken we nog vaak terug, met een gevoel dat een beetje op heimwee lijkt – ook al is het geen verhaal dat goed afloopt. Eigenlijk loopt het helemaal niet af, want nog steeds weten we niet wat er met Rosa is gebeurd.

Ze woonden in Noord, in het plan Van Gool, een verzameling jarenzestigflats die door luchtbruggen met elkaar zijn verbonden. Die luchtbruggen geven de flats iets surrealistisch, en daar hielden Rosa en Winston wel van. Ze noemden de wijk de Kama Sutrabuurt, omdat de straten namen hadden als Bovenover en Benedenlangs, en ze waren gek op elkaar, dus alles stond in het teken van de liefde.

Rosa ging elke ochtend met de pont naar het centrum. Ze was afgestudeerd aan de Rietveld en werkte in een souvenirshop op het Damrak. Ze hield van de pont. ’s Morgens giet hij de mensen van Noord uit over de stad, zei ze, en ’s avonds giet hij ze weer terug. Ze was jong, we vergaven haar dergelijke poëtische uitspraken.

Ze vertelde ooit dat ze in de winter, als het om vijf uur al donker was, graag een keer tijdens de avondspits in een ballon boven Amsterdam-Noord zou hangen. Als dan alle mensen op de pont een lampje op hun hoofd hadden, zou je vanuit de ballon met een camera de sporen kunnen vastleggen die ze trokken op weg naar huis. Als je de camera lang genoeg open liet staan, zou je zien hoe zich vanaf de pont een waaier van lichtlijntjes zou verspreiden over Amsterdam-Noord.

Misschien is daar wel een subsidiepotje voor, zeiden we, want dit speelt jaren geleden. Nu zouden we zeggen: leuke hobby Rosa, kan je dat wel betalen?

Winston werkte op de universiteit, vlak bij de souvenirwinkel op het Damrak waar Rosa werkte. Toch fietsten ze aan het eind van de middag niet samen naar huis, want Winston ging nooit met de pont, hij had een fobie voor veerponten. Hij fietste via Amsterdam-Oost en de Schellingwouderbrug. Dat was een enorme omweg, en daarom ging Rosa altijd lopend naar huis. Dan kwamen ze ongeveer tegelijk thuis, en dat vond ze gezellig. Bovendien wandelde ze graag, want dan maakte ze van alles mee.

We zien haar nog wel eens lopen, in onze verbeelding. Soms loopt ze te peinzen, soms heeft ze een liedje in haar hoofd. Soms kijkt ze omhoog, dan denkt ze aan haar ballon van waaruit ze alle mensen vanaf de pont naar huis kan volgen, tenminste, dat stellen we ons voor; misschien kijkt ze alleen maar of ze het droog houdt tot ze thuis is.

Winston vond het maar niets, die wandelingen, want Rosa maakte ook vervelende dingen mee. Ze werd een paar keer door een hond gebeten en door jongetjes lastiggevallen, en ze vertelde dat ze een keer op het IJplein vanaf een balkon werd toegeroepen door een Afrikaan. Lekker meisje, had hij geroepen, jij moet boven komen. En hij had er smakkende geluiden bij gemaakt.

Van een fobie voor veerponten hadden ze nooit gehoord, ze lachten hem in zijn gezicht uit, was hij soms homo of zo?

Snap je zo iemand nou? riep Rosa later verontwaardigd. Zo’n man komt uit een bepaalde cultuur, zeiden wij, want dit speelt een paar jaar geleden en dat soort dingen zeiden we toen. Nu zouden we zeggen: wat denkt zo’n man wel, hij moet zich gewoon aanpassen.

Maar ik heb het er niet bij laten zitten, zei Rosa, ik zag dat de voordeur openstond, ik liep de trappen op en riep: Hier ben ik dan, wat wil je nou? Toen ging er ergens een deur open, en daar stond die Afrikaan angstig de hal in te kijken en achter hem stond een vrouw met een hoofddoek, en die keek ook angstig. Heb je nou je zin, lul! riep ik, en toen ben ik weer naar buiten gegaan.

Dit had natuurlijk helemaal verkeerd kunnen aflopen, stel dat die man niet zo’n schijterd was geweest en geen vrouw had gehad, en een week later kocht Winston een fiets voor Rosa. Maar Rosa bleef lopen. Ze werd nog een keer door een hond gebeten en een week later verdween ze. Ze had ’s avonds de pont genomen, daar zijn getuigen van, maar ze is nooit thuisgekomen.

Natuurlijk dachten wij meteen aan de Afrikaan op het IJplein, maar er staan daar veel flats, en we wisten ook niet meer of Rosa het nu over driehoog of vierhoog had gehad. De politie geloofde het hele verhaal niet, die vonden het veel interessanter dat Winston altijd die omweg over de Schellingwouderbrug nam, hoe kun je je vriendin nou in haar eentje naar huis laten lopen? Van een fobie voor veerponten hadden ze nooit gehoord, ze lachten hem in zijn gezicht uit, was hij soms homo of zo? Achteraf denken we dat ze hem nog heel lang als verdachte hebben beschouwd. Zelf hebben we nooit gedacht dat hij iets met haar verdwijning te maken had. Hij was radeloos in die dagen.

Winston woont nog steeds in Noord, soms zien we hem op de pont. Die fobie heeft hij blijkbaar overwonnen. Als hij ons ziet, knikt hij even, maar verder gaat hij ons uit de weg. We hebben gehoord dat hij op zijn computer een landkaart heeft waarop hij concentrische cirkels trekt, elke dag één, en elke cirkel iets groter dan de vorige, als de jaarringen van een boom. Het middelpunt van alle cirkels is de plek waar Rosa is verdwenen, ergens tussen de aanlegsteiger van de pont en hun flat in de Kama Sutrabuurt. De afstand tussen elke cirkel is de afstand die ze in een dag te voet kan hebben afgelegd. Elke dag komt er een cirkel bij, alsof ze nog steeds aan het lopen is; niet meer naar huis, maar van huis weg. Dat is tenminste wat we hebben gehoord.

Dit verhaal is geplaatst met toestemming van Rob van Essen en Atlas Contact en afkomstig uit Hier wonen ook mensen (2015) – de bundel die de J.M. Biesheuvelprijs vorig jaar won. De keuze voor ‘Gebrek aan bewijs’ is door de auteur zelf gemaakt.

Geef een reactie