Jonathan Safran Foer -

Een abc voor de interpunctie van hartkwalen

Leestijd 12 - 16 min

Het ‘stilteteken’ verwijst naar een afwezigheid van taal en er staat er minstens één op iedere bladzijde van het boek van ons familieleven. Met name in de gesprekken die ik met mijn oma voer over haar leven in Europa tijdens de oorlog, en in gesprekken met mijn vader over de geschiedenis van hartkwalen in onze familie – de teller staat nu op eenenveertig hartaanvallen en tikt door – is het stilteteken het hoofdbestanddeel van de familiale interpunctie. Zie het gebruik van stilte in de volgende korte dialoog, toen mijn vader mij op de ochtend van zijn meest recente hartvaatoperatie op de universiteit belde:

‘Luister,’ zei hij, en gaf zich toen over aan een lange stilte, alsof ik geacht werd naar de onderbreking te luisteren. ‘Het komt vast allemaal goed, maar ik wilde je even laten weten …’

‘Weet ik,’ zei ik.

‘□’

‘□’

‘□’

‘□’

‘Oké,’ zei hij.

‘Ik spreek je vanavond,’ zei ik en ik kon, in de hoorn, mijn eigen hartslag horen.

‘Ja,’ zei hij.

■ Het ‘opzettelijke stilteteken’ duidt op een stilte met voorbedachte rade, het gespreksequivalent van een muur optrekken waar niet overheen is te klimmen, waardoor niets te zien is en waarop je alle botjes van je handen en polsen breekt. Ik leg mijn moeder vaak opzettelijke stiltes op als ze informeert naar mijn relaties met meisjes. Misschien doordat ik met meisjes nooit relaties heb – alleen verhoudingen. De gedachte dat ik nog nooit naar bed ben geweest met iemand die echt van me hield, deprimeert me. Soms vraag ik me af of seks met een meisje dat niet van me houdt net zoiets is als alleen, in een bos, een boom kappen; geen mens die ervan hoort; het is niet gebeurd.

 

?? Het ‘volhardende vraagteken’ verwijst naar de weigering van een familielid om te zwichten voor een opzettelijke stilte, zoals in deze conversatie met mijn moeder:

‘Heb je wel eens afspraakjes?’

‘□’

‘Maar je gaat vast wel uit? Toch?’

‘□’

‘Wat is er? Schaam je je voor het meisje? Of schaam je je voor mij?’

‘■’

‘??’

¡ Zoals het visueel al suggereert is het ‘ontroepteken’ het tegenovergestelde van het uitroepteken; het indiceert een fluistering.

Het beste voorbeeld hiervan deed zich voor toen ik nog klein was. Mijn oma bracht me met de auto naar pianoles, de ruitenwissers van de Volvo duwden de regen alleen maar heen en weer. Ze zette het geluid uit van de B-kant van het zevende cassettebandje van de audio- versie van Shoah, legde haar hand tegen mijn wang, en zei ‘Ik hoop dat je nooit van iemand zoveel zult houden als ik van jou¡’

Waarom fluisterde ze? We waren de enigen die het konden horen.

 

*

 

¡¡ In theorie geeft het ‘verontroepteken’ een dubbel ontroepteken weer, maar in de praktijk zou zo’n zachte fluistering niet gehoord worden. Ik troost me met de gedachte dat tenminste sommige stiltes in mijn leven eigenlijk verontroepingen waren.

 

Het ‘veruitroepteken’ is eenvoudigweg een dubbel uitroepteken. Ik heb met geen van mijn familieleden ooit een verhit gesprek gevoerd. We hebben nog nooit tegen elkaar geschreeuwd, zijn het nooit hartgrondig met elkaar oneens geweest. Eigenlijk kan ik me niet eens een meningsverschil herinneren. Er zijn mensen die dat ongezond zouden vinden. Maar aangezien het nu eenmaal zo is, kent onze familiegeschiedenis slechts één voorbeeld van een veruitroepteken en werd het gebruikt door een onbekende die met mijn vader ruziemaakte om een parkeerplek pal voor de dierentuin.

‘Doorrijden, klootzak!!’ schreeuwde hij tegen mijn vader, in het bijzin van mijn moeder en mijn broers en mij.

‘Nou, het spijt me,’ zei mijn vader, terwijl hij zijn bril hoger op zijn neus duwde, ‘maar het lijkt me duidelijk dat wij hier het eerste waren. Ziet u, we kwamen van -’

‘Doooo – hooor – rijden, klootzak!!’

‘Maar eigenlijk zie ik toch in dit geval geen re…’

‘DOOR  RIJ  DEN  KLOOT  ZAK!!’

‘Rij nou maar door, pap¡’ zei ik, terwijl ik een lichte hartaandoening voelde opkomen en mijn vingers zich in de hoofdsteun van zijn stoel boorde.

‘Je-zus’ schreeuwde de man terwijl hij met zijn vuist op de buitenkant van zijn portier een klap gaf. ‘En nou doorrijden, klootzak!!’

Uiteindelijk gaf mijn vader het op en vonden we een paar blokken verder een parkeerplaats. Voordat we uitstapten duwde hij de sigarettenaansteker in, we wachtten, in stilte, tot ie heet werd. Zodra de aansteker omhoog klikte, duwde hij hem weer terug. ‘Het is het nooit, maar dan ook nooit waard,’ zei hij, terwijl hij zich naar ons omdraaide met zijn hand op zijn hart.

*

~ Geplaatst aan het einde van een zin verwijst de ‘tilde’ naar een gedachte die oplost in een suggestieve stilte. De tilde wordt onderscheiden van het beletselteken of het gedachtestreepje doordat het op een gedachte volgt die noch onvoltooid is noch wordt afgebroken, maar die een handreiking is. Mijn jongere broer gebruikt dit veelvuldig tegenover mij, waarschijnlijk omdat hij van al mijn familieleden me het best weet te vertellen wat hij wil zeggen zonder het te hoeven zeggen. Of, liever gezegd, eigenlijk is hij degene van wie ik het vaakst denk dat ik niet eens meer hoef te horen wat hij gaat zeggen. Heel vaak begint hij met ‘Jonathan ~’ en antwoord ik:  ‘Weet ik.’

Een paar weken geleden had hij last van zijn hart. Een afspraak bij de studentenarts om de pijn in zijn borst te laten onderzoeken werd een bezoek aan de eerste hulp, werd een week op de intensive care. Naar nu blijkt heeft hij de afgelopen zes jaar één lange hartaanval gehad. ‘Het is niet zo ernstig als het klinkt,’ zei de dokter tegen mijn ouders, ‘maar het is zeker iets waar we wat aan willen doen.’

Die avond belde ik mijn broer en zei tegen hem dat hij zich geen zorgen moest maken. ‘Weet ik,’ zei hij, ‘maar dat betekent niet dat er niets is om je zorgen over te maken ~’

‘Weet ik ~,’ zei ik.

‘Weet ik ~’ zei hij.

‘Ik ~’

‘Ik ~’

‘□’

Heeft mijn broertje relaties met meisjes? Ik weet het niet.

 

Een andere ingeburgerde vorm van familiale interpunctie, het ‘dieptepijltje’, wordt ofwel gebruikt in plaats – ofwel ter accentuering aan het eind – van zinnen als ‘Dit is verschrikkelijk’, ‘Dit komt nooit meer goed’, of ‘Het had niet erger gekund’.

 

‘Een relatie zou je goed doen, Jonathan. Iedereen heeft iemand nodig.’

‘□’

‘Het doet me verdriet dat je alleen bent.’

‘■

‘??

Het is opmerkelijk dat dieptepijltjes in mijn familie altijd getweeën komen. Dat wil zeggen, de erkenning van wat verschrikkelijk en onherstelbaar is, wordt zélf iets verschrikkelijks en onherstelbaars – en vaak een graad erger dan waar het oorspronkelijk naar verwees. Zo maakt, bijvoorbeeld, mijn verdriet mijn moeder verdrietiger dan de oorzaak van mijn verdriet.

En natuurlijk maakt haar verdriet mij weer verdrietiger. Zo ontstaat een ‘keten van dieptepijltjes’: ↓↓↓↓↓…∞.

 

* Het ‘sneeuwvlokje’ wordt gebruikt op het eind van iedere zeldzame familiefrase – dat wil zeggen: iedere reeks woorden die in de geschiedenis van ons familieleven nog nooit als zodanig werd samengesteld. Bijvoorbeeld: ‘Ik heb de Holocaust overleefd maar al mijn verwanten zijn er doodgegaan, dus wat moet ik nou? *’ Of: ‘Ik heb last van mijn hart en ben bang om dood te gaan, maar ik ben ook bang om “Ik hou van je” te zeggen. *

 

Het ‘bevestigingsteken’ werkt min of meer zoals het er uit ziet. Maar het zou een vergissing zijn om te denken dat het alleen maar ‘Mee eens’ of ‘Ja’ vervangt. Getuige het subtiele gebruik ervan in de volgende dialoog tussen mijn moeder en mijn vader:

‘Zou je sinaasappelsap op het boodschappenlijstje willen zetten, maar vergeet alsjeblieft niet de milde soort te nemen? En wat cottage cheese. En die ene bacon-vleesvervanger. En Yahrzeit-kaarsen.’

‘☺’

‘De benzine is bijna op. Ik heb tampons nodig.’

‘☺’

‘Heeft Jonathan een vriendin? Ik wil me nergens mee bemoeien, maar ik ben wel benieuwd.’

‘☺’

Mijn vader heeft tweeëntwintig hartaanvallen gehad – meer dan wij allemaal bij elkaar. Ooit, in een openhartige bui na de negentiende, vertelde hij me dat mijn moeder en hij een goed huwelijk hadden doordat hij al snel een ja-knikker was geworden.

‘We hebben maar één keer ruzie gehad,’ zei hij. ‘Dat was in de eerste week van ons huwelijk. Toen realiseerde ik me dat het dat nooit, maar dan ook nooit waard is.’

Mijn vader en ik waren een paar weken geleden op een middag onkruid aan het uittrekken. Hij negeerde het dringende advies van zijn cardioloog geen onkruid te wieden. Het probleem, zo had de dokter gezegd, zit ’m niet in de fysieke inspanning maar in de emotionele stress die het wieden teweegbrengt bij mijn vader. Hij heeft dromen waarin het onkruid uit zijn lichaam groeit, waarin hij het met wortel en al uit zijn borst moet trekken. Er is hem ook aangeraden niet naar Orioles-wedstrijden en niet aan de huidige regering te denken.

Onder het wieden maakte mijn vader een grapje over mijn oudere broer die, een fatale hartaanval buiten beschouwing gelaten, over een paar weken zou gaan trouwen, maar nu al een ja-knikker was geworden. Het voelde alsof er een olifant op mijn borstkas ging zitten – mijn broer, van wie ik meer hield dan van mijzelf, gaf zich gewonnen.

‘Je opa was een ja-knikker,’ ging mijn vader verder, terwijl hij op zijn knieën met zijn vingers in de aarde porde, ‘en je kinderen zullen ja-knikkers zijn.’

Sindsdien moet ik steeds aan dat gesprek denken en ik ben – met pijn in mijn hart – gaan inzien dat ook ik hard op weg ben een ja-knikker te worden, maar dat mijn gelatenheid, net als die van mijn vader of mijn broer, weinig te maken heeft met de mensen waar ik ja tegen zeg, of met het bestaan van vragen überhaupt. Het heeft te maken met de angst om dood te gaan, met oefening en voorbereiding.

 

Het ‘losgeknipte web’ is een Nauwelijks Te Verdragen Substituut, waarvan de betekenis ‘Ik hou van jou’ benadert en dat kan worden gebruikt in plaats van ‘Ik hou van jou’. Tot de Nauwelijks Te Verdragen Substituten behoren onder meer, maar niet uitsluitend:

→‌|←, wat ‘Ik hou van jou’ benadert.

□, wat ‘Ik hou van jou’ benadert.

, wat ‘Ik hou van jou’ benadert.

X►, wat ‘Ik hou van jou’ benadert.

 

Ik weet niet hoeveel Nauwelijks Te Verdragen Substituten er zijn, maar het voelt vaak alsof ze overal zijn, alsof alles wat wordt gezegd en gedaan – ieder ‘Ja,’ ‘Oké’ en ‘Weet ik,’ elk onkruidje dat uit het gras wordt getrokken, iedere seksuele daad – Nauwelijks Te Verdragen is.

 

:: In tegenstelling tot de dubbele punt, die een belangrijke scheiding in een zin markeert en aangeeft dat het navolgende een uitwerking, samenvatting, implicatie, etc. is van wat eraan voorafging, wordt de ‘omkeerbare dubbele punt’ gebruikt wanneer dat wat aan de ene kant staat een uitwerking, samenvatting, implicatie, etc. is van wat aan de andere kant staat. Met andere woorden, de twee helften van de zin verklaren elkaar, zoals het geval is in ‘Moeder::Ik’ en ‘Vader::Dood.’ Hier zijn enkele voorbeelden van omkeerbare zinnen:

 

Ik krijg tranen in mijn ogen als ik over mijn familie praat::ik praat niet graag over mijn familie.

Buiten mijn familie heeft nog nooit iemand van me gehouden::mijn voortdurende depressie.

1938 tot en met 1945::□.

Seks::ja.

Het verdriet van mijn oma::het verdriet van mijn moeder::mijn verdriet::het verdriet dat na mij zal komen.

Joods zijn::Joods zijn.

Hartkwalen::ja.

Familiale communicatie heeft altijd te maken met falende communicatie. Het komt geregeld voor dat ergens in de loop van een gesprek een van de deelnemers niet hoort wat de ander heeft gezegd. Het is ook heel gewoon dat een van de deelnemers niet begrijpt wat de ander heeft gezegd. Ietsje minder gangbaar is dat een van deelnemers iets zegt waarvan de woorden door de ander volledig worden verstaan, maar waarvan de betekenis totaal niet wordt begrepen. Dit kan voorkomen bij heel eenvoudige zinnen als: ‘Ik hoop dat je nooit van iemand zoveel zult houden als ik van jou¡’.

Maar op onze goede, minst deprimerende momenten proberen we te begrijpen wat we niet hebben verstaan. Er wordt een ‘backup’ gebruikt: we beginnen weer bij het begin, we spelen nog eens af wat er werd gemist en doen een poging om te horen wat er werd bedoeld in plaats van wat er werd gezegd:

‘Het doet me verdriet dat je alleen bent.’

Het doet me verdriet als ik me een toekomst voorstel zonder kleinkinderen om van te houden.’

{} Een hieraan verwant stel tekens, de ‘zou moeten-haakjes,’ duidt op woorden die niet werden uitgesproken maar dat wel hadden moeten zijn, zoals in dit gesprek met mijn vader:

‘Hoor jij ook ruis?’

‘{Ik zit te huilen aan de telefoon}’

‘Jonathan?’

‘□’

‘Jonathan~’

‘■’

‘??’

‘Ik::niet mezelf~’

‘{Het verdriet van een kind is het verdriet van een ouder.}’

‘{Het verdriet van een ouder is het verdriet van een kind.}’

‘Ik denk dat ik gewoon moe ben¡’

‘{Ik heb je dit nog nooit verteld, omdat ik bang was dat het je zou kwetsen, maar in mijn dromen was jij het. Niet ik. Jij trok het onkruid uit mijn borstkas.}’

‘{Ik wil liefhebben en liefgehad worden.}’

‘☺’

‘☺’

‘↓’

‘↓’

‘₪’

‘☺’

‘□↔□↔□’

‘↓’

‘↓’

‘►►| :○9 |◄◄’

‘■ + ■ → ■’

‘☺’

‘∂□’

‘┌><┐’

‘◙□ ♣◘♦◘○□♦♠●’

‘■’

‘{Ik hou van je.}’

‘{Ik hou ook van jou. Heel erg veel.}’

Natuurlijk is het onwaarschijnlijk dat mijn ‘zouden moetens’ overeenkomen met die van mijn broers of van mijn moeder of van mijn vader. Soms – als ik in de auto zit, seks heb, of met een van hen een telefoongesprek voer – probeer ik me hun zouden-moeten-versies voor te stellen. Ik rijg ze aan elkaar tot een nieuw leven, alles weglatend dat echt werd gezegd en gedaan.

Dit verhaal verscheen eerder in literair tijdschrift KortVerhaal. Vertaling door Mia Martin.

Jonathan Safran Foer (1977) studeerde filosofie aan Princeton. Hij debuteerde in 2002 met het veelgeprezen Everything is Illuminated (Alles is verlicht, vertaling Peter Abelsen), waarin een Joods-Amerikaanse jongen in Oekraïne op zoek gaat naar een vrouw die zijn grootvader van de nazi’s heeft gered. Ook zijn tweede, 9/11-roman Extremely Loud and Incredibly Close (Extreem luid & ongelooflijk dichtbij, vertaling Gerda Baardman en Tjadine Stheeman) werd een bestseller. Opvallend is het gebruik van beeld, handschrift en (bijna) lege bladzijden: alsof de taal tekortschiet om grip te krijgen op de verschrikkingen van de geschiedenis.

In 2009 en 2010 volgden Eating Animals (https://partnerprogramma.bol.com/click/click?p=1&t=url&s=53040&f=TXL&url=https%3A%2F%2Fwww.bol.com%2Fnl%2Fp%2Fdieren-eten%2F9200000056953590%2F&name=Carver&subid=Safran%20Foer, vertaling Otto Biersma), een pleidooi voor vegetarisme, en Tree of codes. Daarnaast schreef Safran Foer een handvol korte verhalen voor The New Yorker, waaronder het hier in vertaling gepubliceerde ‘A Primer for the Punctuation of Heart Disease uit 2002’.

September 2016 verscheen de roman Here I Am (Hier ben ik, vertaling Gerda Baardaman), over de problemen binnen een Joods-Amerikaanse familie nadat in het Midden-Oosten een aardbeving alles heeft verwoest en Israël is bezet. De Nederlandse vertaling is uitgegeven door bij Ambo|Anthos. De Correspondent wijdde in 2016 een leuk artikel aan Safran Foer.